Konijnen zijn groepsdieren en horen minimaal met twee soortgenootjes samen te zijn. Een konijn dat alleen zit is vaak eenzaam en kan gedragsproblemen ontwikkelen. Een gecastreerd mannetje (ram) en een vrouwtje (voedster) samen is de meest gehouden combinatie. Twee voedsters samen kan moeizaam verlopen, maar wanneer het nestgenootjes zijn gaat het meestal wel goed. Twee rammetjes samen draait in de meeste gevallen op vechten uit.
Afhankelijk van het ras worden konijnen gemiddeld 5 tot 10 jaar.
Huisvesting
Konijnen hebben veel ruimte nodig en kunnen zowel binnen als buiten worden gehuisvest. Er zijn geen standaard afmetingen voor een konijnenhok. Wel moet het hok zo groot zijn dat het konijn op zijn achterpoten kan staan zonder de bovenzijde van het hok aan te raken en minimaal 5 keer de lengte van een uitgestrekt konijn zijn. Met meer konijnen moet het hok uiteraard nog groter zijn.
Een ren (voor zowel binnen als buiten gehouden konijnen) zorgt voor meer bewegingsruimte en het konijn kan op een veilige manier rondlopen zonder zichzelf te verwonden aan gevaren uit de omgeving. Een konijn heeft een apart nachthok nodig.
Wanneer het buiten hard vriest, is het verstandig het konijn naar een binnenruimte te verplaatsen. De overgang van buiten naar binnen (of andersom) moet echter geleidelijk aan gebeuren vanwege het plotse temperatuurverschil.
Plaats het hok in een tocht -en vochtvrije omgeving en zet ze niet in direct zonlicht.
Voeding
Er is speciaal konijnenvoer op de markt verkrijgbaar. Konijnen mogen per dag maar 20 gram per kilogram lichaamsgewicht aan brokjes hebben. Hooi is het voornaamste bestanddeel in het menu van een konijn, en mag onbeperkt worden gegeven. Dit is goed voor tanden en de werking van de darmen. Groenvoer hoort ook bij het menu en voor de optimale voedingsbehoeften zou een konijn minimaal drie soorten groenvoer per dag eten. Doordat konijnen een zeer gevoelig maagdarmstelsel hebben moet het geven van verschillende soorten groente langzaam worden opgebouwd.
Geschikte groentesoorten zijn bijvoorbeeld andijvie, broccoli, bleekselderij, witlof, wortel, wortelloof, komkommer, spinazie, veldsla, koolrabi, weegbree, wilde achillea, basilicum, paardenbloemblaadjes, rozenbottels en mosterdblaadjes.
Knaagstenen zijn ongeschikt. Het hoge mineralen- en zoutgehalte kunnen gezondheidsklachten opleveren.
Vers drinkwater moet elke dag beschikbaar zijn.
Voortplanting
Het verschil tussen man en vrouw is de afstand tussen de geslachtsopening en de anus. De afstand is bij rammetjes iets groter dan bij voedsters. Indien u niet zeker bent wat voor geslacht uw konijn is, laat het dan door de dierenarts of assistente nakijken.
Konijnen kunnen al vanaf drie maanden vruchtbaar zijn. De draagtijd is gemiddeld 30 dagen en de nestgrootte bedraagt ongeveer 7 jongen.
Konijnen kunnen met 6 maanden worden gecastreerd/gesteriliseerd.
Ziektes
Een konijn laat niet snel zien dat het zich ziek voelt. Daarom is het van belang om bij de eerste symptomen het konijn dezelfde dag nog te laten nakijken.
Weeg het konijn regelmatig. Gewichtsverandering is vaak een teken dat er iets mis is. Afhankelijk van de grootte van het konijn is een keuken- of personenweegschaal hier geschikt voor.
Veel voorkomende ziektes zijn:
Baarmoederkanker:
De meest voorkomende vorm van kanker bij het konijn is baarmoederkanker. Een voedster van 4 jaar of ouder heeft 50 tot 80% kans om deze vorm van kanker te krijgen. Symptomen zijn bloederige uitvloeiing uit de vulva, pijn, bloed bij de urine en in een later stadium lusteloosheid, verminderde eetlust en benauwdheid.
Meer informatie over dit onderwerp vindt u in het oncologie gedeelte op onze site.
Blaasklachten:
Sommige konijnen zijn gevoelig voor het ontwikkelen van blaasgruis, ook wel ‘sludge’ genoemd, en ontwikkeling van blaasstenen. De urine heeft meestal een zand- tot kleiachtige consistentie vanwege het gruis en kan bloed bevatten. Door de brandende urine zal de huid rond de geslachtdelen geïrriteerd en ontstoken zijn. Urineren doet het konijn pijn en u kunt merken dat ze kleine beetjes en vaker zal plassen. De eetlust verminderd en optillen aan de buik kan pijnlijk zijn.
Met een röntgenfoto is meestal te zien of het konijn sludge of blaasstenen heeft. Blaasstenen zijn alleen chirurgisch te verwijderen. Sludge kan met ondersteunende medicatie en veel drinken soms worden uitgeplast, hoewel het bij erge gevallen ook operatief verholpen zal moeten worden.
Het calciummetabolisme en het calciumgehalte in de voeding van het konijn spelen een grote rol in het ontstaan van deze klachten. Konijnen met een geschiedenis van blaasklachten moeten een calciumarm dieet krijgen. Dit dieet bestaat voornamelijk uit groenten en zo min mogelijk konijnenbrokken. Ook het hooi moet calciumarm zijn. Timothyhooi is een grassoort dat zeer weinig calcium bevat en is voor dit dieet het meest geschikt.
Darmimmobiliteit:
Hierbij komen de darmen stil te liggen. Dit betekent dat er geen voedsel meer wordt voortgestuwd. Dit kan komen door oorzaken zoals pijn, stoppen met eten, onvoldoende vezels of uitdroging. Dit is zeer gevaarlijk. Bacteriën die zich in de darmflora van het konijn bevinden kunnen uitgroeien tot gevaarlijke aantallen. Ze produceren gifstoffen waar het konijn ziek van wordt. Er kan gasophoping ontstaan wat zeer pijnlijk is. Darmimmobiliteit is een aandoening die zonder snelle behandeling binnen 24 uur dodelijk is!
Symptomen zijn het steeds kleiner worden van de keutels of zelfs helemaal geen productie van keutels. Het konijn moet direct door een dierenarts worden behandeld!
De precieze behandeling is afhankelijk van de oorzaak van de darmimmobiliteit. Een röntgenfoto kan aantonen of er een blokkade in het maagdarmstelsel zit die de darmimmobiliteit veroorzaakt. Belangrijk is om medicatie te geven die de darmperistaltiek weer op gang krijgt en eventuele gasophoping verdrijft.
Gasvorming:
Vanwege het gevoelige maagdarmstelsel van het konijn kan gas worden gevormd. Voedingsfouten, stress of infecties zijn mogelijke oorzaken. U kunt merken dat het konijn stil in een hoekje zit, niet wilt eten, een dikker buikje krijgt, gaat knarsetanden van pijn, de buik borrelt heel hard of is juist doodstil. Eén of meerdere van deze symptomen kan duiden op gasvorming in het maagdarmstelsel. Dit is een zeer ernstige zaak waarbij het konijn binnen 24 uur zelfs kan komen te overlijden. Bij één of meerdere van deze symptomen dient het konijn dan ook gelijk te worden behandeld.
Diarree:
Diarree kan veroorzaakt worden door voedingsfouten, zoals een te snelle overgang naar een ander voer, bedorven voedsel of te veel groenvoer. Andere oorzaken zijn stress, parasieten, infecties of antibiotica. De soort behandeling is afhankelijk van de oorzaak. Laat het konijn nakijken en breng eventueel ontlasting mee voor onderzoek op parasieten.
Gebit:
De tanden van konijnen groeien hun hele leven door. Dit geldt ook voor hun kiezen. Een konijn dat niet of minder eet, is verdacht van gebitsproblemen. De snijtanden kunnen te lang zijn, maar ook de kiezen kunnen haken vormen die in de wang prikken of bruggen die over de tong groeien wat het eten sterk belemmerd. Dit is pijnlijk en het konijn zal stoppen met eten en mogelijk kwijlen.
Te lange tanden en kiezen moeten worden geknipt of geslepen.
EncephalitozoonCuniculi:
E. Cuniculi is een protozo, een eencellig organisme. De meeste symptomen zijn van neurologische aard. Hieronder vallen symptomen als omvallen, scheve kop, ogen die snel heen en weer gaan (nystagmus), rondjes draaien, om de lengteas tollen, blaas- en nierproblemen en achterhandsproblemen. Bij blaasproblemen kunt u geïrriteerde huid rondom het geslachtsgebied zien vanwege ongecontroleerd urineverlies. Veel drinken en veel plassen duiden op nierschade. Met achterhandsproblemen bedoelen we zwakte, verlamming of ongecontroleerde bewegingen van de achterpoten. In sommige gevallen sleept een konijn met één of beide achterpoten en verdwijnt deze klacht plots als sneeuw voor de zon. Andere symptomen zijn uveitis (ontstoken oogbol) en andere oogproblemen.
E. Cuniculi is zeer besmettelijk voor andere konijnen en een konijn kan drager zijn zonder er ziek van te zijn. Bij lage weerstand kan de E. Cuniculi zich vermeerderen en toe slaan. De sporen verspreiden zich via de urine en kunnen gedurende een maand in de omgeving overleven. Jongen worden via de moeder tijdens de dracht al besmet.
Ook als uw konijn geen klachten vertoond is het verstandig uw konijn minimaal één keer in zijn leven preventief te behandelen tegen E. Cuniculi.
Huidklachten:
Huidproblemen bij konijnen worden meestal veroorzaakt door parasieten, zoals vlooien, luizen en mijten. Dit veroorzaakt jeukklachten en kan leiden tot wondjes en kale plekken. Parasieten zijn eenvoudig te behandelen.
Een andere oorzaak voor huidproblemen is schimmel. Deze is meestal te herkennen aan rode ringvormige, kale plekken. Dit is niet alleen besmettelijk voor andere dieren, maar ook voor mensen.
Om zeker te weten of het om een schimmel gaat kan microscopisch onderzoek of een schimmelkweek gedaan worden.
Luchtwegen:
Niezen, snotterige neus, benauwdheid of bijgeluiden tijdens ademhaling duiden op luchtwegproblemen. Dit kan veroorzaakt worden door o.a. stoffige bodembedekking, sterke geurtjes, stress, tocht, kou maar ook door micro-organismen zoals de Pasteurella bacterie die het ‘snot’ veroorzaakt. In veel gevallen kunnen luchtwegproblemen leiden tot een longontsteking. Laat uw konijn daarom zo snel mogelijk nakijken. Een ernstig benauwd konijn is een spoedgeval!
Midden/binnenoorontsteking:
Konijnen met een midden/binnenoorontsteking vallen vaak om of lopen rondjes. De kop kan scheef staan. Daarnaast kan het oor ook stinken. Een middenoorontsteking kan onbehandeld levensbedreigend zijn. Het is dus noodzaak om zo snel mogelijk een behandeling te starten.
http://www.konijnen.nl/
http://www.bunnybunch.nl/



